Al anderhalf jaar komt een bezoekvrijwilliger langs bij Ria (70). Ria heeft één zoon. Hij verblijft al jaren op de longstayafdeling van een tbs-kliniek. Sinds drie jaar is het contact tussen moeder en zoon verbroken. Zonder ruzie, zonder uitleg. Voor Ria brak daarmee een moeilijke en eenzame periode aan.
Ria spreekt weinig mensen over haar zoon. De reacties die ze krijgt doen vaak pijn. “Je moet hem loslaten,” zeggen mensen. Maar hoe laat je je enige kind los, als je hem wel mist maar niet begrijpt? Ria kan dat niet. Ze wil hem niet loslaten, ook al weet ze niet waarom hij het contact heeft verbroken en ook al weet ze nauwelijks iets over zijn delict. Ze weet alleen dat het ernstig is. Meer wil haar zoon haar niet vertellen.
De onzekerheid en het gebrek aan informatie maken haar angstig. Toen in de media berichten verschenen over het sluiten van tbs-klinieken, sloeg de paniek toe. Ria was bang dat haar zoon ineens vrij zou komen en zomaar voor haar deur zou staan. Die gedachte maakte haar bang. “Ik vind het verschrikkelijk om te merken dat ik bang ben voor mijn eigen zoon,” vertelt ze. Het schuldgevoel daarover knaagt aan haar.
Tijdens een van de eerste bezoeken nam de bezoekvrijwilliger uitgebreid de tijd om de feitelijke situatie met Ria te bespreken. Ze legde uit dat tbs-patiënten niet zomaar op straat komen te staan en dat er altijd zorgvuldig wordt gekeken naar veiligheid. Die uitleg gaf Ria rust. “Dat was een enorme opluchting,” zegt ze. De angst die haar dagelijks bezighield, werd iets kleiner.
Samen probeerden ze contact te krijgen met haar zoon. Dat bleek niet mogelijk. Hij was overgeplaatst naar een onbekende locatie en vanwege privacyregels kon niet worden gezegd waar hij verbleef. Wel werd duidelijk dat hij geen contact meer wilde met zijn moeder. Die boodschap kwam hard aan. “Dat voelde als opnieuw afscheid nemen,” vertelt Ria. Ook nu, een jaar later, blijft het een pijnlijk gegeven dat ze moet leren verdragen.
In de gesprekken met de bezoekvrijwilliger is langzaam een proces op gang gekomen: het zoeken naar een plek voor haar verdriet en haar gemis. Stap voor stap. Een belangrijk moment was toen ze samen besloten om een foto van haar zoon een plek te geven in de woonkamer. Ook zijn oude knuffelbeer, uit zijn kindertijd, kreeg een plaats op de bank. Het zijn de enige tastbare herinneringen die Ria nog heeft. Ze helpen haar om te erkennen dat hij er is, ook al is hij ver weg.
Elke keer opnieuw ontmoet de bezoekvrijwilliger het schrijnende verdriet van een moeder die haar zoon moet loslaten, terwijl ze dat eigenlijk niet kan. Die tegelijkertijd bang is voor het kind dat ze ooit liefdevol grootbracht. De bezoekvrijwilliger probeert voor Ria een veilige plek te zijn, waar ze haar hart kan luchten en waar haar zoon wél genoemd mag worden.
Ria kijkt telkens uit naar de bezoeken. “Dan is er iemand die mij begrijpt,” zegt ze. Voor de bezoekvrijwilliger is het contact minstens zo waardevol. “Juist door er te zijn, zonder oordeel, kun je betekenis hebben,” vertelt ze. “En dat is genoeg.”